Waarom Den Haag een eigen aanpak vraagt
Den Haag ligt grotendeels op zandgrond. Dat is in het voordeel van veel woningen: water zakt relatief goed weg en de kans op structureel hoge grondwaterstanden is kleiner dan in de veengebieden rond Rotterdam en Waddinxveen. Maar dat betekent niet dat er geen vochtproblemen zijn.
In de oudere wijken – het Benoordenhout, het Statenkwartier, Bezuidenhout, Duinoord – staat een groot deel van de bebouwing uit de periode 1890 tot 1940. Die woningen hebben vaak houten balklagen op gemetselde funderingsmuren, met een kruipruimte die ooit goed ventileerde via stootvoegen in de gevel. In de loop der decennia zijn die openingen dichtgeschilderd, dichtgemetseld of volgeraakt.
In de naoorlogse en latere wijken – Escamp, Bouwlust, Morgenstond, Mariahoeve, Leidschenveen, Ypenburg, Wateringse Veld – is de constructie anders. Daar zien we vaker betonnen vloeren op een ondiepe kruipruimte en problemen die eerder met ventilatie dan met fundering te maken hebben.
Wij passen de aanpak daarom aan op de wijk en het bouwjaar. Een oplossing die in Ypenburg werkt, is niet automatisch geschikt voor een pand in Duinoord.


