Hoe isolatie werkt
Isolatie werkt door de doorgifte van warmte te vertragen. Warmte verplaatst zich op drie manieren: via geleiding door materiaal, via stroming van lucht en via straling. Een goed isolatiemateriaal pakt alle drie aan: het bestaat grotendeels uit lucht die in kleine cellen of vezels is opgesloten, waardoor geleiding en stroming beperkt worden.
De mate waarin een materiaal dat doet, wordt uitgedrukt in de lambda-waarde: de warmtegeleidingscoëfficiënt. Hoe lager die waarde, hoe beter het materiaal isoleert. De dikte van het materiaal bepaalt vervolgens de Rc-waarde van de constructie: hoe hoger de Rc, hoe beter de weerstand tegen warmteverlies.
Een voorbeeld: tien centimeter materiaal met een lambda van 0,035 doet ongeveer hetzelfde als veertien centimeter materiaal met een lambda van 0,050. Dat betekent dat u met een dunner, hoogwaardiger materiaal dezelfde isolatiewaarde kunt halen – belangrijk wanneer er weinig ruimte is, zoals in een ondiepe kruipruimte.
| Type isolatie | Belangrijkste eigenschap | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| Vloerisolatie | Beperkt koude van onderaf | Vereist een droge, geventileerde kruipruimte |
| Spouwmuurisolatie | Vult de bestaande spouw | Alleen bij een geschikte, schone spouw |
| Dakisolatie | Beperkt warmteverlies omhoog | Vochtregulering aan de koude zijde |
| Bodemafdekking | Stopt optrekkend vocht | Geen isolatie, maar de voorwaarde ervoor |


